Iedere keer wanneer ik een tram in Boymans-stijl door Rotterdam zie rijden, krijg ik het idee dat de Olympische Spelen van 2028 al zijn toegewezen aan Rotterdam.
Een eindje verderop driehoeksborden met de aan-kondiging van een sportwedstrijd. Nee, toch niet, kunst . . . een tentoonstelling in het Boymans over sport? Over de Olympische Spelen? Nee, kunst! Bij de onderdoorgang naar het binnenplein van Boymans heb ik steeds het gevoel dat ik het Olympisch stadion binnenkom na het afleggen van 42 kilometer en een beetje. Alleen op de toren boven het museum ontbreekt de olympische vlam.
Oké, ik ben visueel ingesteld en beelden roepen bij mij sneller associaties op dan bij de gemiddelde Nederlander. Dus ik zie vooral de Olympische Spelen van Mexico ‘68, Bob Beamon, Dick Fosbury(flop), Ada Kok, Black Power en de studentenopstand, maar ik zie niet de aangekondigde tentoonstelling in het Boymans. Ik word niet aangetrokken door het beeld van de tentoonstelling. Ik zie geen schilderij of beeldhouwwerk, want dat gaat schuil achter de belettering in de Mexicostijl. Typografie die vecht met het beeld om de aandacht. Teveel styling, teveel het museum voorop, te weinig de kunstenaar of het kunstwerk centraal.
Maar in ieder geval zijn we hier in Rotterdam al klaar voor 2028, zijn we Amsterdam toch lekker voor.

Download pdf
René Hofman


